Nederlands Insituut van Psychologen

Godfried Westen | 29-04-2020
A&O-items april 2020
 
 
De psycholoog van de toekomst? (2)
 
In de nieuwsbrief van het UWV van december 2018 stond een bijdrage over de arbeidsmarktpositie van academici. De kansen van universitaire psychologen op het vinden van werk zijn relatief klein en het jaarinkomen is (zelfs na 10 jaar) benedengemiddeld vergeleken met veel andere universitaire opleidingen. De arbeidsmarktpositie van psychologen is kortom vrij zwak: op plaats 57 van in totaal 72 universitaire opleidingen (Ahn, Bisschop, Van Smoorenburg & Zwetsloot (2020).

Hoe is de zwakke arbeidsmarktpositie van psychologen te verklaren? Wat gaat er fout? En wat kunnen we hiervan leren voor een hopelijk betere toekomst van de psycholoog? En valt er wat aan te doen en zo ja, wat? In deel 1 (Westen, 2020) ging ik in op de stand van zaken nu. In deel 2 van deze verkenning kijk ik vooruit.

De professional van de toekomst
Mijn vorige verkenning kan de zwakke positie van de psycholoog – HBO zowel als universitair opgeleid – misschien niet voor de volle 100% verklaren maar duidt toch wel enkele mogelijke oorzaken aan. Nu wil ik een poging wagen de vraag te beantwoorden wat zou kunnen bijdragen aan een sterkere toekomstige positie van de (universitaire) psycholoog en een sterker onderscheidend profiel ten opzichte van andere professionals, in het bijzonder de HBO-psycholoog.

De universitaire psycholoog van de toekomst zou een practitioner-scientist of nog liever een scientist-practitioner moeten zijn. Een professional die in staat is het eigen handelen kritisch te toetsen en feit van fictie te onderscheiden. Die sterk is in het doen van onderzoek en vooral effectmeting volgens de regelen der wetenschap. Die instrumenten kan ontwikkelen die de toets der wetenschap kunnen doorstaan. Daarvoor is mijns inziens nodig dat er aanzienlijk meer accent komt te liggen op statistiek en vaardigheden om databestanden te ontwerpen en analyseren in de universitaire studie Psychologie. Verder ben ik de overtuiging toegedaan dat kennis van artificiële intelligentie en ontwerp van algoritmes daarbij onontbeerlijk zijn. Binnen de wetenschap is er grondwerk gedaan onder de titel ‘oordeelspsychologie’ en zijn de grote voordelen van het mechanische oordeel boven het klinische oordeel genoegzaam aangetoond.

De psycholoog van de toekomst is niet alleen een goed opgeleid statisticus en onderzoeker maar bezit natuurlijk ook specialistische kennis op het vlak van de psyche van de mens en evidence based interventies. Wetenschappelijke psychologische kennis biedt daarbij vaak geen eenduidige antwoorden op problemen in de praktijk. Hieruit vloeit logischerwijs de noodzaak van permanente educatie voort en daaruit vloeit even logisch verplichte registratie voor alle universitaire psychologen voort.

Slotoverweging
Gezien de zwakke arbeidsmarktpositie van de psycholoog lijkt mij een discussie noodzakelijk. De HBO-psycholoog lijkt mij veel beter toegerust voor werkzaamheden met een sterk uitvoerend karakter zoals coaching, werving en selectie, organisatieadvies, marketing en ook veel therapeutische interventies. Door de universitaire opleiding psychologie werkelijk op universitair niveau te brengen door meer accent op doen van onderzoek, effectmeting, instrumentontwikkeling, algoritme-ontwerp en statistiek – naast gevalideerde kennis op het vlak van de (werking van de) psyche – zal de psycholoog van de toekomst meerwaarde hebben en zich kunnen onderscheiden van andere universitaire disciplines en van de HBO-psycholoog. Zowel voor de HBO als voor de universitair opgeleide psycholoog lijkt mij met die maatregelen een betere toekomst weggelegd.

Literatuur
 

Godfried Westen, A&O-psycholoog NIP, publicist en eigenaar van de School voor psychologie
Godfried ontwikkelde de workshop ‘Welbevinden voor teams’ en publiceerde het boek ‘Welbevinden – Wat je zelf kunt doen’.
Reageren? Mail naar A&O-items  
+31 30 820 15 00  |  info@psynip.nl  |  www.psynip.nl  |  © 2020 NIP
Volg ons:
Facebook   Twitter   Linkedin
...