Nederlands Insituut van Psychologen

Huibrecht Boluijt | 26-02-2020
A&O-items februari 2020
 
 
Hoogbegaafdheid in sport
 
Wanneer we spreken over hoogbegaafdheid, wordt zelden nog in ogenschouw genomen dat implicaties van vormen van hoogbegaafdheid zich ook op andere gebieden voordoen. De sport is zo’n specifiek terrein waar exceptioneel talent vaak wordt miskend.

Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid is meer dan alleen hoog-intelligent zijn. Hoogbegaafden en hoogintelligenten hebben allebei hetzelfde hoge intelligentieniveau (130+ IQ-score) en doorzien zaken sneller dan gemiddeld. Maar van een hoogbegaafde is dat veelal minder goed waarneembaar. Ogenschijnlijk trekt de hoogbegaafde verkeerde conclusies of heeft hij vreemde denkbeelden daar waar de hoogintelligente rechtlijniger is en in het verlengde van de logica blijft redeneren. Van de hoogbegaafde wordt gedacht dat die dromerig is, ongeconcentreerd, vreemd of brutaal. Men ziet echter niet welke innerlijke processen zich daaronder afspelen.

Talenttypes
Ruim twee procent van de bevolking is cognitief hoogbegaafd. Vanzelfsprekend dat er dan ook binnen sportclubs hoogbegaafde talenten rondlopen. Maar ook zogenaamde spelhoogbegaafde talenten zonder een uitzonderlijk hoog IQ. Want zoals iemand met een hoog IQ helemaal niet goed in sport hoeft te zijn, kan iemand met een gemiddeld IQ juist excelleren in sport. Hoogbegaafdheid in de (top)sport kent twee soorten talenttypen:

Talenttype 1
- hoog IQ met een gemiddelde sport- en spelintelligentie
Deze talenten - die op basis van een hoge cognitieve intelligentie (taalbegrip, redeneervermogen, conceptualiseer-, en transfereer- en probleemoplossend vermogen etc.) plus een gemiddelde spelintelligentie tot bovengemiddeld presteren, lijken het meest vertegenwoordigd in de topsport. Het zijn de harde, volgzame werkers, die geen lastige vragen stellen en daardoor voor de trainers goed coachbare individuen zijn. Aangename personen in de interactie en communicatie.

Talenttype 2 
- gemiddeld IQ met een hoge sport- en spelintelligentie (spelhoogbegaafdheid)
Deze, veel kleinere groep talenten is de groep ogenschijnlijke dwarsliggers. Dit zijn sporters met een gemiddelde cognitieve intelligentie maar wel met een hoge sport- en spelintelligentie. Spelhoogbegaafden zijn in staat om meer te zien dan het gemiddelde sporttalent. Ze kunnen patronen herkennen, hebben een geweldig inzicht, zien het groter geheel, hebben het vermogen om oplossingen te bedenken op continu veranderende situaties en dit alles in a split second. Deze groep vertoont karakterologisch veel overeenkomsten met de cognitief hoogbegaafden. Zij komen vaak over als sporters die verkeerde conclusies trekken en vreemd denken. Echter dit is nu net de groep die out of the box denkt en wil ontdekken of uitproberen wat nog niet bekend of ongebruikelijk is.

Coaching
In tegenwoordige training-settings of talentopleiding-settings is weinig ruimte om buiten gegeven kaders te denken, zoals het bedenken van een originele oplossing voor een situatie of het stellen van een vraag die niemand anders zou stellen. Een coach wil zijn pupil iets kunnen bijbrengen. Hij heeft een opleidingsplan voor de sporter en weet wat goed is. Als een spelhoogbegaafd talent een ander inzicht heeft dan de coach is het maar de vraag hoe de coach met deze ‘wijsneuzerij’ of ‘brutaliteit’ omgaat. Het talent wordt dan al snel weggezet als brutaal of iemand die geen autoriteit verdraagt. Zij denken volgens de coach te moeilijk en komen tot ‘ogenschijnlijk’ verkeerde beslissingen. Miskend wordt dat zij juist door hun doorzettingsvermogen en creatief inzicht tot oplossingen komen die uiteindelijk effectiever zijn.

Voor het talent is het allerbelangrijkste dat hij zich door de coach herkend en erkend voelt. Dat de coach hem probeert te begrijpen en serieus te nemen. Dan zal hij dat andersom ook doen. Als het talent zich afgewezen voelt, stokt de ontwikkeling. Veel grote talenten verlaten immers de (top)sport omdat de middenmoot wordt erkend en meedenken niet wordt gewaardeerd.

Herkennen en benaderen van spelhoogbegaafdheid
Spelhoogbegaafden hebben de neiging tot onderpresteren. Hoewel zij zich realiseren dat het inslijpen van vaardigheden een must is om de top te kunnen halen, hebben ze een hekel aan het herhalen van oefeningen. Ze vinden het snel saai en verliezen hun aandacht en motivatie. Voor een doorsnee coach reden om te veronderstellen dat de sporter lastig, ongemotiveerd of slecht geconcentreerd is. Maar voor de coach die verder kijkt een reden om deze sporter serieus te nemen en uit te dagen door af te wisselen in trainingsstof, door hem te stimuleren vrij te zijn en door te benadrukken dat fouten maken niet erg is. Spelhoogbegaafden zijn extra angstig om fouten te maken omdat ze al vaker afgewezen zijn in hun unieke handelen. Ze hebben vaak jarenlang in een keurslijf moeten presteren wat bij het karakter van talenttype 1 goed past maar bij talenttype 2 niet.

Spelhoogbegaafdheid en topsport

  • Talenttype 1 presteert altijd bovengemiddeld. Talenttype 2 evenzeer maar kan bij verkeerde coaching onder zijn of haar kunnen presteren en een topsportcarrière mislopen. En daar ligt een grote uitdaging voor coaches en talentscouts.
  • Dus als het talent vragen stelt en blijft doorvragen is het geen eigenwijsheid of behoefte tot discussie over wie gelijk heeft maar wil de sporter juist leren. Waar talenttype 1 meer volgt op het inslijpen van vaardigheden is de spelhoogbegaafde sporter juist een onderzoeker in plaats van een volger.
  • Als de sporter wat afwezig lijkt of dromerig dan is dat niet uit desinteresse maar dan is deze in het hoofd aan het redeneren en heeft men juist behoefte aan meer uitdaging. Daar waar type 1 meer oplettend en gefocust is tijdens de training heeft de spelhoogbegaafde sporter moeite met luisteren en stilstaan omdat het wil doen en ondervinden en ontdekken in plaats van aanhoren en kopiëren.
  • Talenttype 1 is vaak rechtlijnig in het denken, verbaal en makkelijk te volgen en heeft voor de coach vaak goede ideeën, terwijl de spelhoogbegaafde sporter complex denkt en vaak onbegrijpelijke en ongewone verbale uitlatingen doet en vreemde ideeën heeft.
  • Daar waar een talenttype 1 hard werkt is talenttype 2 meer van het uitproberen en testen. Ook dit moet men niet verwarren met dwarsdoenerij of ongehoorzaamheid. Dit is hun leerstijl.
  • Talenttype 1 is aandachtig, luistert met interesse en beantwoordt de vragen en oogt trouw en constructief. Talenttype 2 is observerend en laat sterke gevoelens en opinies zien en discussieert in detail en is kritisch.

Niet zelden kampen coaches met ‘lastige’ topsporters die maar moeilijk te motiveren lijken. Of met talenten die maar niet doorbreken. Vaak is het zo dat deze sporters wel tot excelleren komen wanneer zij aansluiten op een hoger niveau (of in het geval van jeugdtopsporters bij een oudere leeftijdsgroep). In dat geval heeft men blijkbaar met een spelhoogbegaafd talent te maken. Met een andersdenkende die niet meer bijzonder is tussen gewone sporters maar gewoon tussen bijzondere sporters.
 

Huibrecht Boluijt, Registerpsycholoog NIP/ Arbeid & Organisatie, Gezondheidspsycholoog en Sportpsycholoog bij Psychologenbureau Boluijt.
Reageren? Mail naar A&O-items  
+31 30 820 15 00  |  info@psynip.nl  |  www.psynip.nl  |  © 2020 NIP
Volg ons:
Facebook   Twitter   Linkedin
...